Veel mannen die ik in mijn coachpraktijk ontmoet, worstelen met het gemis aan gezond voorbeeldgedrag van hun vader. Soms was hun vader letterlijk afwezig. Soms was hij er wel, maar ontbrak het aan warmte, betrokkenheid, bemoediging of emotionele nabijheid. Andere mannen groeiden op met een vader die vooral kritisch, afstandelijk of veeleisend was.
Dat gemis kan doorwerken in hun volwassen leven. Ze willen graag een liefdevolle echtgenoot zijn, een betrokken vader of een man die stevig en tegelijkertijd mild in het leven staat. Maar hoe doe je dat wanneer je het zelf nauwelijks hebt gezien?
Als christelijke coach kan ik hen voorhouden dat God als hemelse Vader een volmaakt vaderbeeld toont en dat hoe Hij is ook zichtbaar wordt in Jezus Christus. Dat is een diepe en belangrijke waarheid. Maar ik merk ook dat die waarheid voor iemand die weinig gezond voorbeeldgedrag heeft meegekregen, behoorlijk abstract kan blijven.
Hoe ziet liefdevolle begrenzing er concreet uit? Hoe reageert een vader die geduldig blijft wanneer zijn kind ongehoorzaam is? Hoe toont een echtgenoot oprechte belangstelling voor zijn vrouw? Hoe gaat een man om met zijn eigen kwetsbaarheid? Je kunt weten wat goed is, zonder dat je goed weet hoe je dat moet doen.
Je innerlijke Ouder wordt gevormd door voorbeelden
Binnen de transactionele analyse (TA), een psychologische benadering die ik in mijn coaching gebruik, onderscheiden we drie egotoestanden: de Ouder, de Volwassene en het Kind.
Ons innerlijke Ouderdeel bevat onder andere de boodschappen, overtuigingen en gedragingen die we van belangrijke opvoeders hebben meegekregen. Daaronder vallen zowel morele overtuigingen en regels als de manier waarop we met onszelf en anderen omgaan. Een gezonde innerlijke Ouder helpt ons om verantwoordelijkheid te nemen, grenzen te stellen, onszelf te bemoedigen en liefdevol voor onszelf en anderen te zorgen.
Maar wat als je juist daarin weinig gezonde voorbeelden hebt gehad? Dan kan het zijn dat je innerlijke Ouder vooral gevuld is met kritische boodschappen, terwijl bemoediging, mildheid of gezonde zelfzorg nauwelijks zijn ontwikkeld. Wat ik mannen dan voorhoud, is dat ze niet uitsluitend aangewezen zijn op de voorbeelden die ze in hun jeugd hebben meegekregen.
Je kunt ook op latere leeftijd leren van mensen om je heen. Je kunt als het ware de lege plekken in je innerlijke Ouder aanvullen met gezond voorbeeldgedrag van anderen.
Van wie zou jij iets willen leren?
Ik nodig mannen daarom regelmatig uit om na te denken over mensen die hen inspireren. Dat hoeft helemaal niet hun eigen vader te zijn. Het kan een schoonvader zijn, een docent, een buurman, een zwager, een vriend of een collega. Misschien ken je een man die opmerkelijk geduldig met zijn kinderen omgaat. Of iemand die op een warme manier belangstelling toont voor zijn vrouw. Misschien bewonder je de rust waarmee een collega moeilijke situaties tegemoet treedt. Of de manier waarop een vriend zijn grenzen aangeeft zonder boos of hard te worden.
Wat raakt je in deze man? Wat zie je bij hem wat je zelf graag zou willen leren? Vervolgens nodig ik mijn cliënten uit om die persoon bewust in gedachten te nemen op momenten waarop zij zelf dat voorbeeldgedrag nodig hebben. Stel dat je moeite hebt om geduldig te reageren op je kind. Denk dan eens aan die vader die je bewondert om zijn geduld. Hoe zou hij in deze situatie reageren? Wat zou hij zeggen? Welke houding zou hij aannemen?
Of stel dat je het moeilijk vindt om op een liefdevolle manier belangstelling te tonen voor je vrouw. Denk dan aan een man bij wie je die oprechte belangstelling hebt gezien. Wat doet hij anders? Wat kun jij daarvan leren? Ik merk in mijn coachpraktijk dat deze manier van werken mannen daadwerkelijk helpt. Het maakt gewenst gedrag concreter en bereikbaarder. Wat eerst een abstract ideaal was, krijgt een herkenbaar gezicht.
Je leert als het ware nieuw voorbeeldgedrag van anderen te internaliseren. Niet door hen klakkeloos te kopiëren, maar door bewust het goede dat je in hen herkent, eigen te maken.
Maar is dat eigenlijk wel christelijk?
Misschien roept deze gedachte een vraag op. Als Jezus Christus ons volmaakte voorbeeld is, waarom zouden we ons dan spiegelen aan andere, onvolmaakte mensen? En kunnen we ook leren van mensen die helemaal niet in God geloven? Ik denk dat deze benadering voluit te verbinden is met het christelijke geloof. Sterker nog: de gereformeerde traditie biedt hiervoor een bijzonder mooi fundament. Johannes Calvijn schrijft in zijn Institutie (boek II, hoofdstuk 2, paragraaf 15):
Als wij bedenken dat de Geest van God de enige bron van waarheid is, zullen wij ervoor waken de waarheid af te wijzen of te veroordelen, waar zij zich ook voordoet, omdat wij anders de Geest van God zouden beledigen.
(Nederlandse vertaling van de Engelse vertaling van Henry Beveridge.)
En even verderop stelt Calvijn de retorische vraag:
Maar zouden wij iets edel en prijzenswaardig kunnen noemen, zonder het terug te voeren op de hand van God?
Calvijn spreekt hier over de gaven van God die ook zichtbaar worden in mensen die Hem niet kennen. Dat vind ik een hele mooie gedachte. Wanneer we bij een ander mens iets bewonderenswaardigs zien, hoeven we dat niet los te maken van God. Integendeel, we mogen daarin iets herkennen van zijn goede gaven. Geduld, wijsheid, trouw, zorgzaamheid en liefde zijn niet uitsluitend zichtbaar bij mensen die christen zijn. Ook bij mensen die God niet erkennen, kunnen we eigenschappen tegenkomen die werkelijk goed en navolgenswaardig zijn.
De gereformeerde theologie spreekt in dit verband over Gods algemene genade. God laat zijn gevallen schepping niet los, maar schenkt ook buiten de kring van gelovigen goede gaven. Dat betekent niet dat alles wat mensen doen goed is, of dat we ieder bewonderenswaardig mens in alles moeten navolgen. Maar het betekent wel dat we het goede mogen herkennen en waarderen, ongeacht bij wie we het aantreffen.
Het goede dat we in mensen herkennen, mogen we uiteindelijk terugvoeren op de hand van God. Zo kunnen we in het voorbeeldgedrag van mensen om ons heen iets herkennen van Gods goede scheppingsbedoeling. Iets van zijn heerlijkheid wordt daarin weerspiegeld, hoe onvolmaakt ook.
Paulus: richt je aandacht op het goede
Ook in de Bijbel worden we nadrukkelijk opgeroepen om het goede in anderen te herkennen en daarvan te leren. Een bijzonder passende passage vind ik Filippenzen 4:8–9.
Paulus roept de gemeente daar op om aandacht te geven aan alles wat waarachtig, eerbaar, rechtvaardig, rein, lieflijk en welluidend is, en aan alles wat deugd heet en lof verdient. Vervolgens wijst hij op wat de gemeente van hem heeft geleerd, ontvangen, gehoord en bij hem heeft gezien. Dat moeten zij in praktijk brengen. Wat mij hierin raakt, is dat Paulus het niet alleen heeft over het denken aan het goede. Hij verbindt dat rechtstreeks met het oefenen van goed gedrag. Dat is precies de beweging die ik in mijn coaching probeer te stimuleren: herken het goede, richt je aandacht erop en leer het vervolgens zelf in praktijk te brengen.
Ook op andere plaatsen in de Bijbel vinden we deze gedachte terug. In 1 Korinthe 11:1 schrijft Paulus: Wees navolgers van mij, zoals ik navolger van Christus ben. In Hebreeën 13:7 worden gelovigen aangespoord om te letten op de levenswandel van hun voorgangers en hun geloof na te volgen. En in 1 Thessalonicenzen 5:21 schrijft Paulus: Beproef alle dingen, behoud het goede.
Deze teksten laten zien dat het navolgen van andere mensen helemaal niet tegenover het navolgen van Christus hoeft te staan. Christus is het volmaakte voorbeeld. Maar God gebruikt ook onvolmaakte mensen om ons iets te leren van hoe een goed leven eruitziet. Dat maakt het goede bovendien tastbaar.
Wat we bij Christus leren over liefde, geduld, zachtmoedigheid en trouw, mogen we ook herkennen in het leven van mensen om ons heen. Niet als vervanging van Christus, maar als concrete voorbeelden die ons helpen om te groeien.
Vier stappen om je innerlijke Ouder te versterken
Hoe kun je deze gedachte nu praktisch toepassen? In mijn coaching gebruik ik daarvoor een eenvoudig model van vier stappen.
I. Wat heb ik gemist?
Sta stil bij het voorbeeldgedrag dat je in je jeugd onvoldoende hebt meegekregen. Misschien miste je een vader die je bemoedigde, liefdevol begrensde of emotioneel nabij was. Of een vader die liet zien hoe je als man met teleurstelling, kwetsbaarheid en verantwoordelijkheid omgaat. Probeer dat gemis concreet onder woorden te brengen.
II. Wat herken ik bij anderen?
Denk aan mannen in je omgeving die je op dat specifieke terrein inspireren. Wie laat jou iets zien van moed, tederheid, geduld, vrolijkheid, verantwoordelijkheid of liefdevolle betrokkenheid? Sta stil bij wat je precies in hen bewondert. Het hoeft niet iemand te zijn die in alle opzichten een voorbeeld voor je is. Het kan gaan om één specifieke eigenschap.
III. Wat wil ik bewust oefenen?
Neem die persoon in gedachten wanneer je in een situatie komt waarin je dat voorbeeldgedrag nodig hebt. Vraag jezelf af: hoe zou hij hiermee omgaan? Wat kan ik van hem leren? Welke houding wil ik zelf ontwikkelen? Vertaal dat naar een concrete innerlijke boodschap en naar gedrag dat je kunt oefenen. Bijvoorbeeld: Ik hoef niet boos te worden om duidelijk te zijn. Ik kan rustig blijven en toch mijn grens aangeven.
IV. Ontwikkel een gezonde ouder
Door gezond voorbeeldgedrag bewust te herkennen, te oefenen en steeds meer eigen te maken, kun je nieuwe patronen ontwikkelen. Je leert om jezelf en anderen met meer liefde, verantwoordelijkheid en mildheid tegemoet te treden. Zo groeit je vermogen om voor jezelf en anderen te zorgen op manieren die je misschien zelf nooit hebt ervaren. Dat betekent overigens niet dat het verdriet over wat je hebt gemist zomaar verdwijnt. Soms vraagt dat gemis ook om erkenning, verwerking en herstel. Maar het betekent wel dat je verleden niet het laatste woord hoeft te hebben.
Wat je niet hebt ontvangen, kun je alsnog leren doorgeven
Ik vind het een hoopvolle gedachte dat we niet uitsluitend worden gevormd door wat onze ouders ons hebben meegegeven. We worden ook gevormd door de mensen die God later op onze levensweg brengt. Een schoonvader, een buurman, een vriend of een collega kan ons iets laten zien wat we als jongen zo hard nodig hadden, maar nooit hebben ontvangen.
En misschien is het juist daarin dat we iets mogen ontdekken van Gods goedheid: dat Hij zijn gaven niet beperkt tot één gezin, één opvoeding of zelfs tot de kring van mensen die in Hem geloven. We mogen het goede herkennen, waar we het ook aantreffen. We mogen ervan leren, ons erdoor laten inspireren en het vervolgens zelf in praktijk brengen. Niet om volmaakte mannen te worden, maar om steeds meer te groeien in de liefde, verantwoordelijkheid en zorgzaamheid waartoe God ons heeft geschapen.
Wat je vroeger niet hebt ontvangen, kun je later alsnog leren ontvangen, eigen maken en doorgeven. En misschien word jij daarmee op jouw beurt wel het inspirerende voorbeeld dat een ander zo hard nodig heeft.
