De afgelopen tijd heb ik mij wat verdiept in het fenomeen dat bekendstaat als de manosphere. Wanneer je erover leest, valt vooral op hoe kritisch de algemene opinie hierover is. Eerlijk gezegd begrijp ik dat goed. Ook ik zie in veel uitingen van deze beweging zaken die haaks staan op wat de Bijbel leert. Wanneer mannelijkheid vooral wordt ingevuld vanuit macht, dominantie, zelfverheffing, seksuele verovering of boosheid, dan herken ik daarin niet het beeld van de man zoals God hem bedoeld heeft.
Toch bleef er bij mij na het lezen van allerlei artikelen een vraag hangen. Wat is de voedingsbodem waarop manosphere gedijt? Ik kan me niet onttrekken aan het idee dat doorgeslagen feminisme de afgelopen decennia een appél gedaan heeft op mannen om de meer vrouwelijke eigenschappen te ontwikkelen ten koste van de mannelijke. Bij al het veranderlijke, de tijdgeest, worden wij geroepen onze gezindheid te laten vernieuwen door Gods Geest (Romeinen 12:2). Dat is altijd gebaseerd op Gods geopenbaarde wil.
Al op de eerste bladzijden lezen we dat God de mens schiep naar Zijn beeld, mannelijk en vrouwelijk (Genesis 1:27). Dat onderscheid is geen gevolg van de zondeval, maar behoort tot Gods goede scheppingsorde.
Wanneer we dus vaststellen dat bepaalde vormen van mannelijkheid ongezond zijn, dan blijft de vraag staan wat gezonde mannelijkheid dan eigenlijk is. Waartoe schiep God de man? Welke eigenschappen mogen zichtbaar worden in een leven dat steeds meer gevormd wordt naar het beeld van Christus?
Dat zijn vragen die mij niet alleen persoonlijk bezighouden, maar die ook regelmatig terugkomen in mijn werk als coach van mannen. Niet zelden ontmoet ik mannen die op allerlei terreinen succesvol zijn, maar diep van binnen worstelen met vragen rondom identiteit, verantwoordelijkheid, moed, richting of roeping.
Wanneer ik in zulke gesprekken de Bijbel opensla, kom ik steeds weer uit bij een aantal eigenschappen die naar mijn overtuiging wezenlijk zijn voor Bijbelse mannelijkheid. Die lijst pretendeert niet volledig te zijn, maar vormt wel de belangrijkste spiegel die ik zelf probeer voor te houden en die ik ook aan mijn klanten voorhoud.
Godvrezendheid
Allereerst noem ik godvrezendheid. Dat is niet toevallig. Sterker nog, ik geloof dat alle andere eigenschappen hieruit voortkomen.
Wij leven in een cultuur waarin ontzag vrijwel verdwenen lijkt te zijn. Voor vrijwel alles is een verklaring te vinden. Vrijwel alles kan worden gerelativeerd. Maar de Bijbel begint ergens anders. De Bijbel begint bij God.
Psalm 130 beschrijft een mens die vanuit de diepte roept tot zijn Schepper. Een mens die beseft wie God is en wie hij zelf is. Uiteindelijk komt de psalm uit bij een opmerkelijke ontdekking:
“Maar bij U is vergeving, opdat U gevreesd wordt.” (Psalm 130:4)
Dat blijft voor mij één van de meest indrukwekkende zinnen uit de Schrift.
God vergeeft niet opdat wij vervolgens zorgeloos verder zouden leven. God vergeeft opdat wij Hem zouden vrezen. Niet met een slaafse angst die ons van Hem wegdrijft, maar met een diep ontzag dat ons juist naar Hem toe trekt.
Hoe meer ik zicht krijg op Gods heiligheid, des te meer ik mij verwonder over Zijn genade. En hoe meer ik mij verwonder over Zijn genade, des te meer ontzag ik krijg voor Hem.
Ik geloof daarom dat ware mannelijkheid begint bij een man die op zijn knieën kan leven. Een man die weet dat hij uiteindelijk niet autonoom is, maar afhankelijk. Een man die leeft voor Gods aangezicht.
Verantwoordelijkheid
Van daaruit kom ik bij verantwoordelijkheid. Het eerste wat Adam ontvangt is geen recht, maar een opdracht. God plaatst hem in de hof om die te bewerken en te bewaren (Genesis 2:15). Dat woord bewaren heeft mij de laatste jaren steeds meer geraakt. Bewaren betekent beheren, verzorgen, beschermen en trouw omgaan met wat je is toevertrouwd.
Een man vraagt zich daarom niet allereerst af wat hij uit het leven kan halen, maar wat hem door God is toevertrouwd. Welke mensen heeft God op mijn weg geplaatst? Welke verantwoordelijkheden heeft Hij mij gegeven? Welke gaven, mogelijkheden en middelen heeft Hij in mijn handen gelegd? En wat vraagt dat van mij?
Dat betekent overigens niet dat een man verantwoordelijk is voor alles. Juist de Bijbel laat zien dat God verschillende gaven geeft aan verschillende mensen. Niemand wordt geroepen om alles te dragen. Maar ieder mens wordt wel geroepen om trouw te zijn in datgene wat God hem heeft toevertrouwd.
Trouw
Vervolgens kom ik bij trouw. Misschien wel één van de meest onderschatte deugden van onze tijd. Wij bewonderen vaak spectaculaire prestaties. We bewonderen uitzonderlijke talenten. Maar de Bijbel lijkt veel meer waardering te hebben voor iets anders: jarenlang trouw blijven. Salomo schrijft: “Wie zal een trouw man vinden?” (Spreuken 20:6)
Dat is een opmerkelijke vraag. Blijkbaar is trouw zeldzamer dan talent. Trouw wordt zichtbaar wanneer omstandigheden tegenzitten. Wanneer gevoelens afnemen. Wanneer het nieuwe eraf is. Wanneer volhouden iets kost. Trouw aan God. Aan je vrouw. Je kinderen. Je gemeente. Je woord. Trouw aan de taak die God je heeft gegeven.
Juist daarin weerspiegelt een man iets van het karakter van God Zelf. Want uiteindelijk rust onze trouw niet op onze eigen kracht, maar op Zijn trouw. “Als wij ontrouw zijn, blijft Hij getrouw.” (2 Timotheüs 2:13). Wat een troost ligt daarin opgesloten!
Moed
Tenslotte noem ik moed. Opvallend genoeg wordt moed in de Bijbel zelden gekoppeld aan afwezigheid van angst. Wanneer God tegen Jozua zegt: “Wees sterk en moedig” (Jozua 1:9), krijg ik niet de indruk dat Jozua zichzelf op dat moment als een bijzonder moedige man zag.
Integendeel. God spreekt precies datgene uit wat Jozua nodig heeft. Hij krijgt een taak die groter is dan hijzelf. Hij moet leidinggeven. Hij moet het volk voorgaan. Hij moet weerstand trotseren. En daarom zegt God: “Vrees niet en wees niet ontsteld, want de HEERE, uw God, is met u.” (Jozua 1:9)
Moed is daarom niet het ontbreken van angst. Moed is gehoorzaamheid ondanks angst. Ik denk dat veel mannen daar iets van herkennen. Niet de afwezigheid van spanning, twijfel of onzekerheid. Maar wel het besluit om, vertrouwend op God, de volgende stap te zetten. Moed wordt door Paulus specifiek gelabeld als een mannelijke eigenschap wanneer hij in 1 Korinthe 16:13-14 schrijft: wees waakzaam, sta vast in het geloof, wees manmoedig, wees sterk.
Tot slot.
Er zijn meer eigenschappen te noemen zoals zelfopoffering, bescherming, dienstbaarheid, geestelijk leiderschap.
Wanneer ik al deze eigenschappen samenvat, kom ik uiteindelijk uit bij één Persoon. Want geen enkele man bezit deze eigenschappen volmaakt. Ik evenmin. Maar in Christus zie ik ze alle volmaakt samenkomen. Misschien is dat uiteindelijk wel de kern van Bijbelse mannelijkheid. Niet dat wij onszelf bewijzen als mannen, maar dat wij steeds meer gevormd worden naar het beeld van dé Mens, Jezus Christus. Hij als Bruidegom, wij (mannen en vrouwen) als bruid. Beseffend dat wij mannen niet primair gespiegeld worden aan Adam vóór de val, maar aan Christus (de nieuwe Adam) Die Zijn leven gaf voor Zijn bruid.
Daarom spiegel ik mannen in mijn coaching niet allereerst aan cultuur, traditie of maatschappelijke verwachtingen. Ik probeer hen te spiegelen aan Christus. Aan Hem die Zich niet schaamt om hen die Hij aan het heiligen is, Zijn broederen te noemen (Hebreeën 2:11). Hij is de voleinder van het geloof.
God is een Geest. Hij schiep ons naar Zijn beeld, mannelijk en vrouwelijk. Beide weerspiegelen ze iets van het beeld van God. Het onderscheid weerspiegeld dus op zichzelf iets van het beeld van God.
