Wie wil ik zijn?

Soms blijf je tegen dezelfde patronen in jezelf aanlopen. Je trekt je terug als het spannend wordt. Je maakt jezelf kleiner dan nodig is. Je zoekt voortdurend bevestiging. Je schiet in de verdediging. Je werkt harder dan goed voor je is. Je voelt je slachtoffer. Je vindt dat de ander jou iets moet geven. Je handelt vanuit de overtuiging dat je recht hebt op dit of op dat. Kortom, hoewel je inmiddels volwassen bent, blijk je soms verrassend kinderlijk.

Vanuit de Transactionele Analyse

De Transactionele Analyse (TA) kan helpen om zulke patronen te begrijpen. Veel gedrag vindt zijn oorsprong in besluiten die we al jong hebben genomen. Niet als weloverwogen besluit aan de keukentafel, maar als conclusie van een kind over zichzelf en de wereld.

  • Ik moet sterk zijn.
  • Ik moet mijn best doen.
  • Ik mag niet belangrijk zijn.
  • Ik mag geen kind zijn.

Wat ooit misschien hielp om je staande te houden, kan jaren later een patroon zijn geworden waarin je gevangen raakt. Er gebeurt iets in het heden, maar je reageert vanuit het verleden.

Een verrassend krachtige vraag is dan: Wie wil ik eigenlijk zijn?

Niet als een vraag naar je ambitie. Maar als een reflectie. In termen van TA helpt zo’n vraag je om vanuit je Volwassene naar het oude kindbesluit te kijken. Je maakt ruimte tussen wat er gebeurt en je automatische reactie. Ik hoef niet opnieuw te doen wat ik altijd deed. Ik hoef niet mijn hele leven gehoorzaam te blijven aan een besluit dat ik ooit als kind nam. Ik mag in het hier en nu opnieuw kiezen.

Vanuit de Bijbel

Maar vanuit de Bijbel moeten we nog een laag dieper. Want misschien heb je niet alleen een nieuw besluit nodig. Misschien – ik ken je niet beste lezer – heb je een nieuw leven nodig.

Jezus zegt tegen Nicodemus in Johannes 3 dat een mens opnieuw geboren moet worden. Zonder die nieuwe geboorte kan hij het Koninkrijk van God niet zien en niet binnengaan. Dat is ingrijpend. Christelijk leven begint niet bij gedragsverandering. Ook niet bij een sterkere wil. Het begint bij een wonder van God: de wedergeboorte door Zijn Geest.

Wanneer Nicodemus vraagt hoe dat kan, spreekt Jezus eerst over het geheimvolle werk van de Geest. De wind blaast waarheen hij wil. Zo is het met ieder die uit de Geest geboren is. Vervolgens wijst Jezus Nicodemus naar Zichzelf. Zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogde, zo moet de Zoon des mensen verhoogd worden, “opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft”.

Zie op Jezus.

Wat zie je daar? Je ziet daar de ernst van je zonde. Er is werkelijk iets wat tegen je getuigt. Paulus noemt het in Kolossenzen 2 het “handschrift dat tegen ons getuigde”. Onze schuld voor God is geen psychologisch probleem dat we moeten leren relativeren.

Maar wie gelovig op Christus ziet, ontdekt iets wonderlijks. Dat handschrift getuigt niet alleen tegen mij. In Christus mag ik zeggen: het getuigde tegen mij. Want God heeft het uitgewist. Dat zie je wanneer je gelovig op Hem ziet. En die waarheid zul je elke keer ontdekken wanneer je op Hem ziet. Want die werkelijkheid verandert nooit!

Paulus schrijft dat God het handschrift dat tegen ons getuigde heeft weggenomen “door het aan het kruis te nagelen”. Daar hing Christus. Daar droeg Hij de schuld. Daar werd de aanklacht die tegen mij getuigde uitgewist. En juist dáár begint het nieuwe leven. Beter gezegd: daaruit ben je welkom te gaan leven! Tot hen die daaruit begonnen te leven richt Paulus zich in Kolossenzen 3 als hij schrijft: “Indien u dan met Christus opgewekt bent, zoek de dingen die boven zijn.”

Let op de volgorde. Paulus heeft niet als boodschap: zorg eerst dat je een beter mens wordt en misschien wil God je dan aannemen. Hij zegt iets radicaal anders! Namelijk: als je door het geloof met Christus verbonden bent, ben je met Christus opgewekt. Daarom: zoek. Bedenk. Dood. Leg af. Doe aan.

En daarmee komen we weer bij onze wil. Genade schakelt onze wil namelijk niet uit. Ze vernieuwt onze wil! Filippenzen 2 zegt het bijna paradoxaal: “Werk aan uw eigen zaligheid met vrees en beven (…), want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.” God werkt dus zelfs het willen in ons. Maar Hij werkt niet buiten onze wil om. Door Zijn Geest vernieuwt Hij ons zo, dat wij zelf gaan willen, kiezen en handelen in lijn met Gods wil. Daarom staat de Bijbel vol actieve woorden: zoek, bedenk, leg af, doe aan, neem de gehele wapenrusting van God aan, vlucht, jaag na.

En precies daar krijgt de vraag ‘Wie wil ik eigenlijk zijn?’ de rijkste betekenis. Niet als autonome zelfbeschikking: ik bepaal zelf wel wie ik word. Ook niet als zelfverlossing: als ik maar een krachtig genoeg besluit neem, verander ik mezelf. Maar als oefening van de vernieuwde wil: God heeft mij nieuw leven gegeven en door het geloof mag ik uit Christus leven. Zijn Geest werkt in mij het willen en het werken. Wie wil ik daarom voor Gods aangezicht zijn? Je antwoord is er één van overgave. Geladen met het verlangen om de Naam van je Redder te eren.

Handreiking

Ik sluit graag af met een praktische handreiking. Wanneer een oud patroon zich aandient, kunnen deze zeven vragen helpen:

  1. Wat gebeurt er nu eigenlijk in mij?
  2. Wat heeft God voor mij gedaan?
  3. Welk oud patroon of kindbesluit wordt geraakt?
  4. Wat is waar over mij omdat ik met Christus verbonden ben?
  5. Wie wil ik daarom voor Gods aangezicht zijn?
  6. Wat wil ik afleggen en wat wil ik aandoen?
  7. Wat kies ik om nu concreet te doen?

Mogelijk ligt hier voor jou een weg uit hardnekkige patronen. Niet door het kind in jezelf vanuit een strenge innerlijke ouder harder toe te spreken. Niet door jezelf met Bijbelteksten tot beter gedrag te dwingen. En ook niet door passief te wachten totdat God je verandert. Maar door eerst te zien op Christus: Wat heeft Hij voor mij gedaan? Door eerlijk te zien welk oud besluit in jou geraakt wordt. En vanuit die genade opnieuw je wil te richten: Wie wil ik daarom zijn? En vervolgens, in afhankelijkheid van de Geest: Wat kies ik om nu te doen? Zo komt, als het goed is, de vraag naar wie je wilt zijn, nooit los van dat waartoe God je roept.

Waartoe God je roept is enerzijds voor elk mens hetzelfde: beelddrager te zijn van Hem. Tegelijk is dat waartoe God je roept ook voor elke gelovige iets persoonlijks. Deze twee roepingen: de universele en de persoonlijke nopen herhaaldelijk tot bezinning. Het is goed om je zo nu en dan, zeker wanneer je merkt dat er veel onrust in je leven is, je biddend op deze roepingen te bezinnen. En wees er welkom mee!

Shaloom, lezer!

Neem vrijblijvend contact op

In een kosteloos, vrijblijvend kennismakingsgesprek onderzoeken we samen jouw vraag. Na wederzijds akkoord stemmen we af wat we van elkaar verwachten en starten we met een goed plan.
Scroll naar boven